Religie in Japan

SHINTO  BOEDDHISME  GORINTO    JIZO    NIO    MUDRA    DARUMA

 

S

hinto of Shintoïsme  is de oorspronkelijke religie van Japan. Het woord is een combinatie van twee Chinese woorden en betekent "de weg der goden".

In Shinto worden zogeheten kami oftewel natuurgeesten aanbeden. Sommige kami zijn plaatselijk, dat wil zeggen de geesten die bij een bepaalde plek horen, terwijl anderen vereenzelvigd worden met grotere objecten en verschijnselen in de natuur. Amaterasu, bijvoorbeeld, is de Zonnegodin.

Shinto is een van de moeilijkst te classificeren religies. Het is aan de ene kant een sterk ontwikkelde natuurgodsdienst (animisme), die diep verankerd is in de Japanse maatschappij. Maar het is ook een ideologie die nog niet zo lang geleden gebruikt werd om het toenmalige Japanse militarisme te rechtvaardigen. Vanaf 1868 tot vlak na de tweede wereldoorlog was Shinto de staatsgodsdienst. Tevens heeft Shinto ook nu nog een sterke invloed op de zogeheten "Nieuwe religies" in het naoorlogse Japan. Ten slotte is er altijd veel wederzijdse beïnvloeding geweest tussen Shinto en het Boeddhisme.

Het eerste wat opvalt aan Shinto is de grote liefde en eerbied voor de natuur. Een waterval, de maan of slechts een apart gevormde steen kunnen voor een kami gehouden worden. Hetzelfde geldt voor charismatische personen (zoals Tokugawa Ieyasu die vereerd word in Nikko in het Toshogu schrijn  of keizer Meiji met zijn Meiji schrijn te Tokio) en voor meer abstracte verschijnselen zoals groei en vruchtbaarheid. Geleidelijk aan werden de oorspronkelijk natuurgodsdienstige aspecten van Shinto minder duidelijk en namen de kami meer antropomorfische (mensvormige) vormen aan, met daaraan gekoppeld vele mythen. De kami zijn echter geen transcendente godheden in de Westerse zin van het woord; hoewel goddelijk bewonen zij dezelfde wereld als wij.

Kami worden vooral vereerd in openbare heiligdommen, maar ook wel in kleine privé-heiligdommen, die soms slechts bestaan uit een hoge plank met enkele rituele objecten. Sommige van deze heiligdommen oftewel jinja zijn grote structuren, maar de meeste zijn kleine gebouwen in de karakteristieke Japanse stijl. In vergelijking tot bijvoorbeeld het christendom met zijn imposante kathedralen, met dure materialen, zijn jinja vaak erg eenvoudige houten gebouwen. Het gaat ook niet zozeer om het gebouw, dat eigenlijk vooral een bepaalde plaats aangeeft. Jinja zijn meestal gebouwd op een verhoging en sommige zijn dan ook niet erg eenvoudig te bereiken. Meestal wordt de toegang tot het terrein gemarkeerd door een typische Japanse "torii"-poort, die bestaat uit twee palen met daarbovenop twee dwarsbalken. Het geheel is vaak fel rood geschilderd.

 

Shinto heiligdommen worden ook dikwijls gemarkeerd met een SHIMENAWA  (1) , dit is een speciaal gevlochten koord, versierd met GOHEI (witte stroken papier). Deze worden geplaatst aan de ingang om boze geesten af te weren. Ook vindt men ze gebonden rond een boom om de aanwezigheid van een kami aan te duiden. De koord is gemaakt van rijststro of hennep en wordt NAWA genoemd. De witte stroken papier die de reinheid symboliseren in het Shinto, noemt men SHIME of GOHEI. Zuivering is noodzakelijk voor de gelovigen, voor zij gaan bidden in de tempel. Deze zuivering noemt men HARAI. In grotere tempels vindt men hiervoor steeds een wasbassin, waar de bezoeker zijn mond en handen kan reinigen. eerst wast men de linkerhand, dan de rechter en tenslotte reinigt men de mond met water uit de linkerhand.

Wanneer men dan de tempel betreedt, luidt men de bel die daar meestal hangt, buigt tweemaal, klapt tweemaal in de handen en buigt nogmaals. Vervolgens gooit men de muntstukken in de daarvoor voorziene houden kist. Het klappen in de handen dient om zeker te zijn dat de goden luisteren.

In de meeste tempels verkoopt men zgn talismannen. Deze worden  o-mamori (2) genoemd en dienen om geluk te brengen of om ziektes af te weren. Soms verkoopt men ook o-inori, gebeden , geschreven op stukjes papier voor dezelfde reden.  In de nabijheid van de tempel vindt men vervolgens ook een houten rek met daaraan bevestigd honderden houten plankjes. Deze plankjes (EMA (3)) kunnen worden gekocht in de tempel, waarna men er zijn wens op schrijft en het plankje dan op het rek hangt, in de hoop dat de god hun wens zal inwilligen. Ook het toekomstige geluk kan men hier voorspellen. Daarvoor neemt men in de tempel kiosk een houten container gevuld met bamboestokjes. Na betaling van ongeveer 100 yen, schudt men deze container en neemt er een stokje uit. Naargelang het nummer op het stokje, geeft de bediende of priester u dan uw voorspelling. Als deze voorspelling gunstig is, neem je ze mee naar huis. In het geval van een slechte voorspelling, bind je het papiertje vast aan het daarvoor voorziene rek (4), zodat de goden het ongeluk alsnog kunnen afweren.

 

 

Er zijn op heden meer dan 100000 van deze heiligdommen in gebruik, elk bemand door enkele Shinto-priesters of "miko" (tempelmaagden).

Kami worden betrokken bij belangrijke gebeurtenissen zoals huwelijken, toelating tot de universiteit en het neerzetten van gebouwen, en er wordt vaak gebeden om aardse zaken, zoals een kind, een promotie of een gelukkiger leven. Tijdens begrafenissen daarentegen zijn vooral de meer Boeddhistische aspecten belangrijk, net als in China. De aanbidding van de kami verhevigt gedurende de vele Shinto-festivals. Tijdens deze "matsuri" wordt een beeld van de plaatselijke kami rondgedragen in een "mikoshi". De kracht van de kami wordt dan overgedragen op het dorp en in het bijzonder aan de dragers van de mikoshi.

 

 

 

(De drie Shinto-relieken : de spiegel, het zwaard en het juweel. Het juweel wordt  in het Meiji-schrijn te Tokio bewaard, de spiegel in de tempel van Ise, en het zwaard in het Atsuta-jingu te Nagoya.)

De meest aanbeden kami is de al genoemde zonnegodin Amaterasu, wier belangrijkste heiligdom in Ise staat. In dit en de vele andere aan haar gewijde heiligdommen wordt ze vaak gesymboliseerd door een spiegel, maar het binnenste van de jinja kan ook leeg zijn.

Tot vlak na de Tweede Wereldoorlog geloofde men dat de keizer afstamde van Amaterasu, en daarom zelf een kami was, namelijk een ikigami, een "levende kami". Militaire leiders (Shogun) hadden weliswaar vaak een groot deel van de macht in handen, maar de keizer werd altijd als de echte heerser gezien, al was het maar in naam.

Keizer Hirohito deed in 1946 onder druk van de Amerikanen afstand van deze goddelijke status, maar desondanks blijft de keizerlijke familie sterk betrokken bij de Shinto-rituelen die de eenheid van Japan symboliseren.

Reinigingsrituelen vormen een cruciaal onderdeel van Shinto. Deze dienen bijvoorbeeld om kami gunstiger te stemmen wiens heiligdom verplaatst moet worden. Een meer persoonlijk reinigingsritueel is het waterritueel, dat bijvoorbeeld gehouden wordt onder een waterval of in zee. Een derde vorm is vermijding, oftewel een taboe. Vrouwen mochten bijvoorbeeld tot 1868 de berg Fuji niet beklimmen. Deze vorm is geleidelijk minder belangrijk geworden, maar nog steeds gaat een religieuze Japanner die recentelijk iemand verloren heeft niet naar een bruiloft. Door veel Japanners wordt  Shinto niet of niet alleen gezien als een religie, iets wat bediscussieerd en door feiten weerlegd kan worden, maar als iets wat bij de Japanse manier van leven en tradities hoort.

De invloed van Shinto op de Japanse cultuur kan nauwelijks worden overschat. Hoewel het zeer moeilijk is om de precieze invloed van het boeddhisme te onderscheiden is het duidelijk dat Shinto's nadruk op de natuur ten grondslag ligt aan bloemschikken (ikebana), de Japanse architectuur en tuinontwerp. In sumo-worstelen is de invloed nog duidelijker: voor een gevecht moeten vele rituelen uitgevoerd worden, waaronder het strooien van zout om de arena te reinigen.

Als samenvatting over de verschillende religies in Japan  kunnen we een paar regels of gebruiken vaststellen . tot het domein van het Shinto rekent men alles wat met nationale en communale zaken te maken heeft. De publieke en privé-moraal zijn echter gebaseerd op het uit China geïmporteerde confucianisme, terwijl alles wat met het spirituele en metafysische te maken heeft in het boeddhisme verankerd ligt. Nu is het merkwaardig dat , als men de officiële aantallen boeddhisten en shintoïsten bij elkaar optelt, men een groter aantal krijgt dan het aantal inwoners van Japan. De oorzaak hiervan is eenvoudig : men kan zowel het één als het ander zijn. Japanners kunnen eer bewijzen aan de goden van beide godsdiensten en in de samenleving is dat duidelijk te zien. Geboorte en huwelijk worden met shinto ceremonieën begeleid. Een pasgeboren kindje wordt naar het Shinto-schrijn gebracht om er de zegen van de beschermgod der familie af te smeken. De doden echter worden door het boeddhisme begeleid.

 

In 592 verklaarde prins Shotoku het boeddhisme tot officiele godsdienst van het keizerlijk hof. De Boeddhisten deden geen poging om het Shinto te ondermijnen of te vervangen, maar bouwden hun tempels gewoon naast de Shinto-heiligdommen en verklaarden dat de twee religies elkaar niet uitsloten. Op zeker moment werden Kami uit het shintoïsme en Bosatsu uit het Boeddhisme zelfs gewoon samengevoegd en tegelijkertijd vereerd. Ook nu nog vinden we in elk huis naast een klein Shinto-altaar (kamidana) waar de tama (voorouderlijke zielen) worden geëerd door middel van dagelijkse offers, ook een "butsudan" (Boeddhistisch huisaltaar) waar schoteltjes rijst worden geofferd aan de voorouders.   Bijna elke grote Boeddhistische 'odera' (tempel) bevat ook minstens één kleine jinja (Shinto-schrijn). De beide religiën bestaan dus broederlijk naast elkaar en vullen elkaar ondanks hun schijnbare tegenstellingen elkaar aan. Vanuit Shintoïstisch standpunt gezien neemt de ziel van de doden de status aan van een lage Godheid; vanuit Boeddhistisch perspectief is de ziel op zoek naar verlossing ; Beide ideeën worden echter geaccepteerd.  

 

Kamidana

  

 

Butsudan

 


BOEDDHISME

Naast het Shinto is ook het Boeddhisme in Japan sterk vertegenwoordigd ( overgenomen uit Korea en China ) , maar omdat dit geen originele Japanse religie is, gaan we daar niet verder op in . De Boeddhistische tempels herken je meestal aan de pagode bouwstijl. Zoals bijv deze 5-traps pagode in Nara.

We bespreken wel enkele elementen uit het Boeddhisme zoals de Jizo , gorinto en Daruma ( zen-Boeddhisme) verder op deze pagina

Alles over het Boeddhisme vind je op deze pagina.


 

 

 

 

 

GORINTO

Pagodes vinden we ook in kleinere vorm terug als grafstenen. De “gorinto” 五輪塔 betekent letterlijk 5-ring pagode) In kyoto en Nara vindt men vele van deze grafstenen, maar de mooiste zijn gemaakt gedurende de Kamakura periode. Ze zijn van één tot vier meter hoog. In de vorm vindt men de 5 natuurelementen

Van het boeddhisme terug. De bodem is vierkant en symboliseert de aarde (Japanese = Chirin 地輪). Daarboven is de bolvormige “water” ring (Japanese = Suirin 水輪). Vervolgend driehoekige “vuur”-ring (Japanese = Karin 火輪), dan de halvemaan vormige ring voor “wind” (Japanese = Fuurin 風輪), en op de top een diamantvorm die de ruimte symboliseert (Japanese = Kuurin 空輪). De aarde staat symbool voor alles wat vast is . water daarentegen vertegenwoordigt dan weer de beweeglijke vloeibare elementen. Alles met grote kracht en energie wordt geassocieerd met het vuur. Indien het nog beweeglijker en vluchtiger dan wateris wordt het element wind gebruikt. De ruimte (kuurin) szaat dan weer voor alles wat niet van deze wereld is.

 

     

De gorinto vertaalt zich als “5-traps pagode”. Sommige grafstenen bestaan uit slechts drie elementen. Deze drie elementen staan voor aarde, water en vuur in het midden is een grote kubus waar meestal teksten of een afbeelding van boeddha zijn gesculpteerd. Dit soort grafstenen noemt men een Hokyo-into 


 

JIZO

In zo'n beetje elke tempel staat wel een Jizo beeld. Jizo is de beschermende Bosatsu van de lijdenden. Daarbij moet vooral worden gedacht aan zieke kinderen. Daarnaast gelooft men dat doodgeboren en jong gestorven kinderen door Jizo naar de volgende wereld worden gebracht. Dat geldt ook voor babys die door een miskraam of abortus (komt veelvuldig voor) op de wereld komen.

In de tempels wordt het beeld door moeders van een rode slap voorzien. Daarnaast zijn er bepaalde tempels waar zogenaamde Jizo-beeldjes worden neergezet als nagedachtenis aan een overleden kind. De ouders kleden deze beeldjes vaak aan met zelf gebreide kleertjes en hangen speelgoedjes om het beeld. Dat levert een indrukwekkend beeld op.

  

 

NIO

In de nissen van een ingangspoort van een Boeddhistische tempel staan de vreeswekkende Nio-figuren ( Deze in de todai-ji te Nara zijn met hun 8m de grootste van Japan).  Dit zijn de bewakers van het boeddhisme. De twee figuren hebben een verschillende uitdrukking. De ene met gesloten mond, drukt de ingehouden macht uit, de andere, met open mond, de macht die zich laat gelden. samen heten ze ook wel de Kongo-rikisji. Maar meestal noemt men ze Nio of "menslievende koningen".

Andere namen voor deze twee beschermers zijn ook Agyō (阿形)  ( de open mond symboliseert de "ah" ) en Ungyō (吽形) ( de gesloten mond staat voor "un")

 

    

 

 

 


 

MUDRA

In Buddhist sculpture and painting throughout Asia, the Buddha (Nyorai, Tathagata) are generally depicted with a characteristic hand gesture, or mudra. Mudras are used primarily to indicate the nature and function of the deity. They are also used routinely by current-day Japanese monks in their spiritual exercises and worship. Knowledge of these hand gestures can help greatly in identifying Buddha images (less so when trying to identify Bodhisattva / Bosatsu images). But there is much variation and overlap among the mudra, and traditions in Japan differ somewhat from those in mainland Asia, so one should not depend exclusively on mudra for identification


Teaching Mudra :  Turning the Wheel of Law Mudra 

This gesture was used by Shaka Nyorai (the Historical Buddha) when preaching his first sermon after reaching enlightenment. It refers especially to the teaching of the Dharma (law) and the preaching of the Buddha.


 


"Fear Not" mudra

Gesture of fearlessness and the granting of protection; right hand lifted above right thigh with palm facing out, fingers pointing up. Said to be the gesture of Shaka Nyorai (Historical Buddha) immediately after attaining enlightenment. This mudra is often used in combination with the Varada Mudra (welcome mudra).

 


Varada  : "Welcome"

Primarily represents the granting of wishes to those who welcome the teachings of Buddhism; right hand points downward, with palm facing outward; left hand often used instead when combined with Abhaya Mudra. In a variant, thumb and index finger of hand touch each another.

Associated mostly with standing statues of the Buddha. When Shaka Nyorai is shown with this mudra, it symbolizes the summoning of heaven to witness his enlightenment.

 


 

Bhumisparsha  :  "touching the earth"

Literally "touching the earth;" associated with Shaka Nyorai, who touches ground to "call the earth to witness" his victory over temptation during his battle with Mara (the Evil One); made using both hands, with right hand hanging over right knee, palm inward, with finger(s) touching earth, while left hand positioned on lap with palm up.
 


 

Dhyana :  Meditation or Contemplation Mudra
 

In Japan, this mudra is associated with Shaka Nyorai, Dainichi Nyorai, and Senju Kannon.

Found mostly on seated images, but some standing images of the Senju Kannon are also shown with this hand gesture. Made by placing both hands in the lap, right on top of left, with palms turned upward and thumbs touching to form a circle. It symbolizes the Buddha in a state of meditation.

 


 

Mida-no Jouin   Amida's Meditation Mudra
 

This mudra is found almost exclusively in Japan. In China, this mudra is rarely seen. Outside of Japan, Amida is mostly portrayed with the ordinary meditation mudra (the Zenjou-in, the Hokkaijou-in). In Japan, however, the ordinary meditation mudra was not used for images of Amida Nyorai. Instead, the Mida-no-jouin was used to help differentiate between Dainichi and Amida.
 


 

Vitarka   :  Reasoning Mudra  , Teaching Mudra ,  Discussion Mudra
 

Closely related to the Dharmachakra mudra; right hand points upward, left downward; both palms turned outward, with the thumb and index finger on each hand forming a circle; right hand at shoulder level, left hand at hip level.

In a variant, left hand rests palm upward in lap, with right hand raised to shoulder level with thumb and index finger forming circle; in another variant, the index finger and little fingers on both hands are extended, but the middle and ring fingers are curved inward slightly, with left hand pointing up and right hand pointing down


Vajra :  Mudra of Six Elements ,  Supreme Wisdom , Fist of Wisdom

The Vajra mudra is formed by grasping the raised forefinger of the clenched left hand with the clenched right hand, with the tip of the right forefinger touching (or curled around) the tip of the left forefinger. This is also known as the six elements mudra, or the fist of wisdom mudra, for it symbolizes the unity of the five worldly elements (earth, water, fire, air, and metal) with spiritual consciousness. In Japan, Dainichi Nyorai is especially important to adherents of Esoteric Buddhism (Shingon).
 

 


Uttarabodhi  : Mudra of Supreme Enlightenment 
 

Hands held at chest level; index fingers on both hands are raised, touching each other; remaining fingers are crossed and folded down; thumbs are crossed and folded or are touching each other at tips; outside Japan, this mudra appears sometimes with images of Dainichi Nyorai (Vairocana).


 

Vajrapradama  : Mudra of Unshakable Confidence

The fingertips of the hands are crossed, representing unshakable confidence


    

        

 


DARUMA (Japanese)
Sanskrit = DHARMA (means Buddhist Teachings; Law)
Also known as Bodhidharma

De historische Bodhidharma was een Indiase figuur die leefde in de 5de of 6de eeuw. Hij is de stichter van het Zen-boeddhisme. Zen-boeddhisme is de Japanse term, maar Daruma's filosofie arriveerde eerst in China, waar men het Chan-boeddhisme noemde.   Vele legendes doen de ronde over deze heilige. De best bekende legendes zijn deze over de manier waarop hij verlichting (satori) bereikte. Hiervoor zou hij zeven jaar ( sommigen zeggen negen) in een grot hebben gemediteerd zonder met zijn ogen te knipperen. andere verhalen vertellen dat hij tijdens deze meditatie in de Shorinji tempel in China zat. De legende vertelt verder dat tijdens deze jarenlange meditatie zijn armen en benen afstierven en verschrompelden. Weer een andere legende verhaalt dan weer dat hij tijdens zijn meditatie in slaap viel. Daarom zou hij in een kwade bui zijn oogleden hebben afgesneden. Deze vielen op de grond , en ontsproten tot de eerste Chinese groene thee -plant .

.

        

 

  

Daruma Dolls
Okiagari Koboshi (Tumbler Doll)


Een zeer populaire talisman voor goed geluk in het moderne Japan is het armloze, beenloze en ooglidloze poppetje, de Daruma-doll. Deze worden in tempels en op festivals verkocht. Ze zijn meestal gemaakt van papier-mashé, rood geverfd en stellen de mediterende Daruma voor. Wanneer men aan de zijkant van deze pop duwt, komt ze vanzelf weer terug recht. Daarom noemt met ze ook wel  okiagari koboshi (tuimelpop). Deze pop komt voor in allerlei afmetingen, maar de standaard afmeting is iets groter dan een basketbal.

Met nieuwjaar, kopen vele Japanners zulk een pop, uiten en wens, en verven dan één van zijn ogen. Indien hun wens vervuld wordt, of hun doel bereikt, dan verft men het tweede oog. Vele politiekers bijvoorbeeld kopen zulk een pop aan het begin van de verkiezingen, verven één oog, en als ze dan de verkiezingen winnen, verven ze het tweede oog. Op het einde van het jaar worden de poppetjes naar een tempel gebracht, waar ze in een groot vuur worden verbrand.