Seppuku - Rituele Zelfmoord    

 

Seppuku, de Japanse formele term voor rituele zelfmoord (hara-Kiri (Har -har-rah-kee-ree) is de gemeenschappelijke term), was een integraal aspect van feodaal Japan (1192-1868). Het ontwikkelde zich als integraal deel van de code van bushido en de discipline van de samurai strijderklasse. Hara-Kiri, wat "letterlijk buik snijden" betekent is een bijzonder pijnlijke methode van zelfvernietiging,

De vroege geschiedenis van Japan openbaart vrij duidelijk dat de Japanners veel meer geïnteresseerd waren in het leven het goede leven dan in het sterven een pijnlijke dood. Het was niet tot goed na de introductie van Boeddhisme, met zijn thema van de voorbijgaande aard van het leven en de glorie van dood, dat een dergelijke ontwikkeling mogelijk werd. Aan samurai, was seppuku -- hetzij opdracht gegeven tot als straf of gekozen liever dan een schandelijke dood bij de handen van een vijand -- een demonstratie van hun eer, moed, loyaliteit, en moreel karakter.

Als samurai op het slagveld waren, voerden zij vaak snel handelingen van hara-kiri en met zeer weinig formele voorbereiding uit. Maar op de andere gelegenheden, in het bijzonder als het door een feodale heer werd bevolen, of door de shogun (zoals van Lord Asano in het verhaal van de 47 ronin), was seppuku of hara-kiri een zeer formele ceremonie, die bepaalde etiquette, getuigen en aanzienlijke voorbereiding vereist.

De eer voor samurai was belangrijker dan het leven en in vele gevallen, werd de zelfmoord beschouwd als de enige juiste manier om schande of nederlaag te herstellen. Seppuku kon worden uitgevoerd bij de dood van hun meester (junshi of oi-bara), om hun loyaliteit te tonen, of maar ook om hun meester te wijzen op een fout en hem op andere gedachten te brengen (kanshi).


De plaats van een officieel bevolen seppuku-ceremonie was zeer belangrijk. Vaak werd het ritueel uitgevoerd bij een tempel . (maar geen Shinto-heiligdom) , in de tuin van een villa's, of binnenshuis. De grootte van het beschikbare gebied was ook belangrijk, aangezien het precies voor samurai van hoge rang werd voorgeschreven.

 

Alle kwesties met betrekking tot de handeling werden zorgvuldig voorgeschreven en werden uitgevoerd op de uiterst meest nauwgezette manier. Gekleed in ceremoniële kledij, met zijn zwaard  voor zich geplaatst, maakte de veroordeelde zich klaar door zijn doodsgedicht te schrijven. Met zijn secondant of kaishakunin (meestal een goede vriend) aan zijn zijde, opende hij zijn kimono en nam zijn korte zwaard (wakizashi). Hij stak het zwaard in zijn onderbuik en maakte een snede van links naar rechts, gevolgd door een opwaartse snede. Tijdens deze tweede snede sloeg dan de kaishakunin het hoofd van de veroordeelde eraf ( het zgn daki-kubi). Ook vrouwen konden rituele zelfmoord plegen , maar zij deden dit meestal door zich met een mes de keel over te snijden, of zich met een scherpe pin het hart te doorboren. Zij bonden ook eerst hun enkels samen met een koord, zodat hun lichaam, na hun doodsstrijd niet in een onzedige positie zou worden aangetroffen.

De eerste keer dat een westerling een formele seppuku zag, was tijdens het “sakai-incident” in 1868. Tijdens schermutselingen in het dorp Sakai werden elf franse matrozen gedood. Na protest hiertegen door de Franse overheid, werden de schuldigen ter dood veroordeeld. De Franse kapitein werd uitgenodigd de executie bij te wonen . De gruwelijkheid van het gebeuren , schokte de kapitein zozeer dat hij het leven van negen veroordeelden liet sparen. In de literatuur vinden we verschillende voorbeelden van getuigenverslagen van een seppuku.

Officieel werd seppuku verbannen gedurende e Meiji-restauratie in 1868. Maar zelfs nog in 1970 pleegde de bekende auteur Yukio Mishima publiekelijk seppuku. En in 1999 sneed een 58-jarige bediende bij Bridgestone genaamd Masaharu Nonaka zijn buik open met een sashimi-mes om te protesteren tegen zijn gedwongen pensioen .

 

De rol van de kaishakunin was zeer belangrijk. Deze was meestal een goede vriend of kennis van de gene die seppuku ging plegen. Ook zijn niveau van zwaardkunst was zeer belangrijk. Bij een perfecte onthoofding moest namelijk het hoofd met een klein stukje vast blijven zitten aan het lichaam, zodat het niet over de grond zou rollen. Dit vergde een grote mate van zwaardtechniek bij de kaishakunin. Een tweede punt waar deze moest op letten was dat bij een opgelegde seppuku de veroordeelde niet onverwachts zou proberen te ontsnappen. Hij moest dus waakzaam zijn en letten op kleine details in de oog- en voetbewegingen van de veroordeelde die er op konden wijzen dat deze iets van plan kon zijn. Ook moest hij bedacht zijn op de mogelijkheid dat de veroordeelde onverhoeds zijn zwaard zou proberen af te pakken om zich al vechtend een weg naar zijn vrijheid te banen. Een andere belangrijk punt was het ogenblik dat hij moest toeslaan. Dit werd meestal op voorhand afgesproken. Hij kon bijvoorbeeld zeer vroeg toeslaan om nodeloos lijden te vermijden of hij kon wachten tot de veroordeelde begon aan de opwaartse snede. Door een afgesproken teken ( bijvoorbeeld met de hand of hoofd) kon het slachtoffer het juiste ogenblik aangeven. Wanneer het ging om slechts kinderen kon hij ook al toeslaan op het ogenblik dat ze de dolk namen van het offerblad (sambo).

Alles was tot in de puntjes voorgeschreven. Ook de verschillende mogelijkheden wanneer de kaishakunin moest toeslaan waren vastgelegd. Er waren 9 mogelijkheden,

1 het ogenblik dat de uitvoerder het sambo naar zich toetrekt.
2 het ogenblik dat de uitvoerder buigt na het opnemen van de dolk
3 het ogenblik dat hij zichzelf steekt.
4 het ogenblik dat de uitvoerder de dolk naar zijn navel trekt.
5 het ogenblik dat de snede volledig naar rechts is gemaakt.
6 het ogenblik dat de uitvoerder begint aan de opwaartse snede.
7 het ogenblik dat de opwaartse snede halfweg is.
8 na het beëindigen van de dwarssnede.
9 op het ogenblik dat de uitvoerder de dolk uittrekt en op zijn rechterknie plaatst.

Verder waren er nog onnoemlijk veel regels en voorschriften om een seppuku vlekkeloos te laten verlopen. Plaats van uitvoering was bijvoorbeeld afhankelijk van de rang van de uitvoerder. Ook het aantal getuigen en officiëlen waren vast voorgeschreven. Naargelang de rang van de veroordeelde was zelfs de kleding en de manier waarop de kaishakunin het zwaard vasthield voorgeschreven.