Samurai verhalen

Naast verhalen over legendarische zwaarden vinden we in de literatuur natuurlijk ook vele verhalen
over befaamde zwaardvechters, met in de hoofdrol natuurlijk hun zwaard, of hun kunst om het te
gebruiken. De meest legendarische verhalen gaan over Musashi Miyamoto, een befaamd
zwaardvechter uit de 17de eeuw. Hieronder een paar van de meest bekende verhalen uit de Japanse
literatuur.


Van het zwaard en de roos


Heer Hata-san van de gelijknamige zwaardschool had heer Oyo van het Ko-Oyo district uitgedaagd
voor een duel met het blanke zwaard. Heer Oyo liet zich verontschuldigen; hij ging niet in op de
uitnodiging. Wanneer Hata-san dit hoorde, ontstak hij in woede. Hij voelde zich zwaar beledigd en
daagde heer Oyo opnieuw uit. Heer Oyo was naast zwaardvechter ook bedreven in de kunst van het
bloemschikken. Toen zijn boodschapper hem de hernieuwde uitdaging overbracht, dacht hij even
na. Plots trok hij zijn katana, hakte de stengel van een pioenroos doormidden en gaf die roos aan
zijn boodschapper met de woorden: “Bied hem deze roos en opnieuw mijn verontschuldigingen
aan.” Weer stond er geen maat op de woede van Hatasan wanneer hij de boodschap en de roos
kreeg.
“De lafaard is bang voor mijn kracht en mijn stijl! En hij behandelt mij als een wijf!” Razend smeet
hij de roos tegen de grond. Er nu van overtuigd dat heer Oyo bang was om met hem te duelleren,
verliet Hatasan het Ko-Oyo district.
Musashi Miyamoto de beroemde zwaardvechter was op dat ogenblik ook in het Ko-Oyo district, en
wel om dezelfde reden als Hata-san. Ook hij wilde heer Oyo uitdagen voor een duel. Wanneer hem
het verhaal van Hata-san bereikte, vroeg hij om de roos te mogen zien. Toen een bediende hem de
bloem voorhield, bestudeerde Musashi zorgvuldig de stengel. In een flits hakte hij er met zijn
zwaard een stukje vanaf. Musashi bekeek het stukje van de steel dat hij er net had afgehouwen. Hij
besloot dan en daar van het duel af te zien.
De verklaring voor de beslissing van Musashi? Wanneer hij de stengel zag, wist hij zeker dat die
niet door een tang of een schaar was doorgesneden. Aangezien stelen van pioenrozen buigzaam en
soepel zijn, kon de snede die hij bestudeerde, alleen gemaakt zijn met een zwaard. En alleen een
zeer vastberaden slag had zo'n scherpe snede kunnen maken. Wie dat ook gedaan had, hij was geen
gewoon mens. Musashi had met zijn houw geprobeerd de snede van heer Oyo te copiëren, maar zijn
snede was veruit de mindere geweest.

 

 


De vier vliegen


Een samoerai gebruikte in alle rust zijn avondeten in een kleine herberg en negeerde de 4 vliegen
die rondom hem zoemden volledig. Er kwamen 3ronin (samoerai zonder meester) binnen, die
begerige blikken wierpen op de 2 prachtige zwaarden die de man in zijn gordel droeg, want deze
wapens zijn namelijk een fortuin waard. Een grimas van intens genoegen gleed over hun gezicht.
De man leek weerloos te zijn tegenover hen. Zij gingen aan een tafel naast hem zitten en begonnen
met luide stem te bespotten in de hoop een duel te ontlokken. De man bleef er echter onverschillig
bij en dat wakkerde hun spot nog meer aan. Plots bracht de samoerai langzaam zijn stokjes
waarmee hij zijn rijst at omhoog en met 4 snelle en zuivere bewegingen ving hij moeiteloos de 4
vliegen. Vervolgens legde hij de stokjes zacht naast zich neer, zonder ook maar één blik op de
schelmen te werpen. Een zware stilte volgde. De 3 ronin keken elkaar aan. Zij begrepen
onmiddellijk dat zij hier te doen hadden met een man van uitzonderlijk meesterschap. Bevreesd
namen zij de vlucht. Pas veel later kwamen zij erachter dat de man die hen zo fijnzinnig het leven
had gespaard Miyamoto Musashi heette...
De meester en zijn drie zonen
Er was eens een Kenjitsu grootmeester die erg beroemd was in heel Japan en die bij het bezoek van
een andere grootmeester het onderricht wilde tonen dat hij aan zijn 3 zonen gegeven had. De
meester knipoogde naar zijn gast, plaatste een zware metalen pot op de hoek van de schuifdeur en
zette deze zodanig vast met een stuk bamboe en een spijkertje, dat de pot op het hoofd zou vallen
van de eerste die de deur opende en de kamer binnenstapte. Terwijl zij babbelden en thee dronken
riep de meester zijn oudste zoon, die onmiddellijk kwam. Maar voordat hij de deur opende voelde
hij de aanwezigheid van de pot en raadde de plaats. Hij verschoof de deur, stak zijn linkerhand door
de kier om de pot op te vangen en schoof met zijn rechterhand de deur verder open. Met de pot
tegen zijn borst geklemd stapte hij het vertrek binnen, sloot de deur achter zich, zette de pot terug en
liep verder om de meesters te begroeten. "Dit is mijn oudste zoon", sprak de gastheer lachend. "Hij
heeft mijn lessen goed geleerd en eens zal hij zeker Kenjitsu meester zijn."
De tweede zoon werd geroepen en kwam zonder aarzeling binnen. Pas op het laatste moment ving
hij de pot, die bijna op zijn hoofd viel, op. "Dit is mijn tweede zoon", zei de meester, "hij moet nog
veel leren, maar hij wordt met de dag beter." Daarop riep hij zijn derde zoon, die hals over kop het
vertrek binnenkwam en de pot op zijn hoofd kreeg. De klap kwam hard aan, maar voordat de pot op
de tatami kon vallen had hij zijn zwaard getrokken en met een snelle beweging het stuk metaal in
tweeën geslagen. "Dit is mijn jongste zoon, Jiro", sprak de oude man, "hij is de benjamin van de
familie en moet nog een lange weg afleggen."


De theemeester en de ronin


Een meester in Cha-Dong (weg van de theeceremonie), Tajima Kozo, werd uitgedaagd door een
gewetenloze ronin die er zeker van was gemakkelijk te kunnen winnen. Niet in staat zich aan de
uitdaging te onttrekken zonder verlies van eer, bereidde de meester zich voor op de dood. Hij bracht
daarom een bezoekje aan een naburige Kenjitsu meester en vroeg of deze hem de juiste weg kon
leren om op de juiste manier te sterven. "Uw bedoeling is prijzenswaardig", sprak de expert, "en ik
ben blij u te kunnen helpen, maar wees zo vriendelijk en schenk mij een kom thee."
Tajima, gelukkig met waarschijnlijk de laatste kans om zijn kunst te beoefenen, ging volledig op in
de ceremonie van de theebereiding en vergat alles om zich heen. De expert werd diep getroffen
door de rust waarmee de meester de thee inschonk. "Het is helemaal niet nodig dat ik u leer te
sterven", zei hij tot hem. "Uw concentratie is zo diep, dat u elke zwaarddrager tegemoet kunt treden.
Wanneer de ronin tegenover u staat, denk er dan in de eerste plaats aan dat u thee gaat schenken
voor een gast. Groet hem hoffelijk. Leg uw bovenkleed af, vouw het zorgvuldig en leg uw waaier er
bovenop, precies zoals u dat net deed. Trek vervolgens uw katana en breng hem boven uw hoofd,
gereed om toe te slaan als de tegenstander aanvalt en concentreer u uitsluitend op deze handeling."
Tajima bedankte hem en begaf zich naar de plek waar het gevecht zou plaatsvinden. Hij hield zich
aan de les van de expert en doordrong er zich volledig van dat hij thee zou gaan schenken voor een
vriend. Toen hij het zwaard boven zijn hoofd tilde, voelde de ronin dat voor hem een heel andere
persoonlijkheid zat, hij zag geen enkele opening. Tajima leek hard als een rots zonder enig spoor
van angst of zwakheid. Volkomen ontmoedigd wierp de ronin zijn katana weg en vroeg nederig
vergiffenis voor zijn onwaardig gedrag.
 

Historische anectodes


In de literatuur vinden we vele beschrijvingen terug van heldendaden verricht door bekende
samurai. Sommigen berusten op waar gebeurde verhalen, andere zijn dan weer fel overdreven
legendes. Vooral over hun gevechtskunst deden vele verhalen (legendes) de ronde. Door deze
verhalen kunnen we ook de samuraicultuur beter begrijpen. Naargelang de periode waarin de
verhalen zich afspelen, is ook het wapen dat gebruikt werd in de strijd verschillend. Nog voor het
zwaard het belangrijkste wapen werd van de samurai, was de boog het primaire wapen. Hierover
zijn dan ook vele verhalen terug te vinden. Zo was er bijvoorbeeld Minamoto Tametomo, wiens
boog zo groot was dat er vijf mannen nodig waren om hem te plooien ( het aantal mannen dat nodig
was om een boog te plooien, was de standaard methode om de kracht van een boog weer te geven).
Tametomo was een befaamde boogschutter tijdens de Hogen oorlog (1156-58). volgens de legende
doodde hij zelfs op een keer twee tegenstanders met één enkele pijl. Hij werd gevangengenomen
door de Taira. Opdat hij nooit meer een pijl zou kunnen afschieten, werd de zenuw uit zijn arm
verwijderd. Hijzelf werd verbannen naar Oshima eiland in de Izu provincie. Snel regeerde hij door
zijn sterke persoonlijkheid over dit eiland en beschouwde het als zijn persoonlijk eigendom. Hij
weigerde dus ook de nodige belastingen te betalen. In het geheim trainde hij om zijn arm weer te
kunnen gebruiken. De ontevreden gouverneur van Izu besloot om toch de belastingen te gaan innen.
Toen Tametomo zijn schip zag naderen, besloot hij een waarschuwingspijl af te schieten voor de
boeg van het schip. De pijl raakte de boot echter onder de waterlijn waardoor het schip tot zinken
werd gebracht. In de jaren nadat de boog aan belang verloor, werd door shogun Ieyasu Tokugawa
deze kunst terug leven ingeblazen door het inrichten van de sanjusangendo competitie te Kyoto. In
deze tempel is er een lange corridor (120m) waar op het uiteinde een doel werd opgesteld. De
bedoeling was om het doel zo dikwijls mogelijk te raken gedurende 24u ( van zonsopgang tot
zonsopgang). Door de lage zoldering, was het extra moeilijk om het doelwit te raken, getuige
daarvan de vele beschadigingen aan de dakbalken. Eén van de beste boogschutters van Japan,
Hoshino Kanzaemon, scoorde 8000 treffers van de 10,542 afgeschoten pijlen. Zeventien jaar later
verbeterde Wasa Daihashiro dit record door 13,053 pijlen af te schieten waarvan er 8,113 doel
troffen. Dit echter met hulp van een omstaander, die tijdens een rustperiode van Wasa ( door zijn
gezwollen hand kon hij niet meer goed richten) met zijn mes een paar inkervingen maakte in de
hand van Wasa. Hierdoor werd de zwelling in zijn hand opgeheven door het wegstromende bloed,
en kon hij weer zuiver richten. Deze omstaander bleek naderhand de vorige recordhouder Hoshino
Kanzaemon te zijn. Een rekensommetje leert ons dat er voor deze prestatie een gemiddelde van 9
pijlen per minuut moesten worden afgeschoten.
Ook over minder bekende wapens doen verhalen de ronde. De oorlogswaaier bijvoorbeeld was zulk
een wapen. Deze met ijzeren ribben versterkte waaier kon gebruikt worden als aanvals- of
verdedigingswapen. In tijden dat het voor de grootste bevolkingsgroep verboden was om zwaarden
te dragen, ontwikkelden deze natuurlijk alternatieven om zich te kunnen verdedigen. Het gebruik
van de (met ijzer versterkte ) waaier was daar één van. Dit was zo effectief dat op een bepaald
ogenblik zelfs het gebruik van deze waaiers verboden was. Eén van de verhalen over de tessen
( waaier) gaat over Araki Murashige. Deze werd opgeroepen om voor zijn meerdere te verschijnen.
Natuurlijk mocht hij, zoals het de gewoonte was, zijn zwaarden niet mee naar binnen brengen. Hij
vermoedde terecht dat men van plan was hem te doden. De bedoeling was om hem bij het
binnenkomen van de audientiekamer uit te schakelen door zijn hoofd tussen de schuifdeuren te
pletten. Hij anticipeerde deze aanval echter door tijden de groet zijn waaier in de gleuf van de
schuifdeur te plaatsen zodat deze niet konden worden dichtgeschoven. Zijn waaier redde op deze
manier zijn leven. De vechtkunst met de waaier werd tessenjitsu genoemd. Deze was zo
doeltreffend dat sommige zwaarvechters in situatie waar zij duidelijk superieur waren, niet eens de
moeite namen om zich met het zwaard te verdedigen, maar enkel gebruik maakten van hun waaier.
Van de beroemde zwaardvechter Ganryu ( Sasaki Kojiro) is geweten dat hij uit gevechten met soms
meerder tegenstanders ( met zwaard ) als overwinnaar uit het gevecht kwam door enkel zijn waaier
te gebruiken om zijn tegenstander uit te schakelen. Ook van de beroemde Musashi is dit
geboekstaafd.

Op oude prenten ziet men soms het gebruik van deze waaier afgebeeld. Een voorbeeld is dit van de
16 eeuwse generaal Takeda Shingen. Deze werd tijdens de slag bij Kawakanajima onverhoeds
verrast door zijn rivaal Kenshin. Een dodelijke zwaardslag kon net worden afgeweerd door het
gebruik van zijn tessen. Zonder deze zou hij de veldslag niet hebben overleefd.

 

De meeste verhalen over zwaarvechtkunst gaan natuurlijk over de eerder vernoemde Miyamoto
Musashi. Naast zijn beroemde gevecht tussen hemzelf en Kojiro op het Ganryu eilad zijn er nog tal
van andere ( al dan niet op waarheid beruste ) verhalen te vinden in de Japanse literatuur.
Wat volgt is een erg korte lijst van beroemde duels die ik samengeraapt heb uit verschillende
bronnen. Er zijn er zeker nog meer te vinden in diverse gespecialiseerde literatuur.

 


Hozoin Kakuzenbo In-ei (Kofuku Tempel, Nara. 1605)


Hozoin was een boeddhistische priester en een bekwaam krijger. Hij trainde onder de beroemde
Kamizumii Nobutsuna . Tijdens een Musha-Shugyo met de speervechter Daizen Daifu Moritada
ontwikkelde hij zijn eigen Hozoin Ryu stijl (speervechten), die momenteel nog onderwezen wordt .
In 1605 zou er een duel tussen Musashi en Hozoin hebben plaatsgevonden, terwijl hij in de tempel
verbleef.


Muso Gonnosuke KatsukichKatsuyoshi (Akashi, Harima provincie. 1605)


Muso Gonnosuke is een ander voorbeeld van een genie zoals Musashi. Hij was een expert in de
Tenshin Shoden Katori Shinto-Ryu en de Jikishinkage-Ryu. Hij was onverslagen, tenminste tot hij
Musashi ontmoette. Dat was in 1605. De eerste vermeldingen van dit gevecht vinden we in de Kaijo
Monogatari uit 1629 : “Er was een heihosha (krijger), genaamd Musashi. Deze vocht duels vanaf zijn
16de en vocht reeds 60 duels. In de 6de maand, in Akashi in de Harima provincie ontmoette hij
Muso Gonnosuke. Gonnosuke was gewapend met een odachi (langzwaard) en gekleed in een haori
met daarop een grote hinomaru (rising sun) . om zijn mouwen stond geschreven : “De beste
zwaardvechter van het land” (heiho tenka ichi), and "Nihon Kaizan Muso Gonnosuke”.
… Gonnosuke was vergezeld door 6 leerlingen die hem vergezelden naar Kyushu. Hij riep naar
Musashi dat niemand zijn gelijke was. Op zijn vorige reizen had hij schijnbaar reeds Musashi’s
vader ontmoet (Shinmen Munisai), die een meester was met de jitte. “ik heb reeds uw vaders
technieken gezien, maar nog niet de uwe”, snauwde hij tot Musashi. Musashi, die bezig was met
snijwerk aan een wilgentak, was geiriteerd en zei “Als u mijn vaders technieken reeds zag, de mijne
zijn niet anders”. Gonnosuke bleef echter aandringen. “Mijn stijl is niet voor show, hoe je me ook
aanvalt, ik zal u stoppen. Dat is mijn stijl”, antwoordde Musashi.”Doe maar wat je wil , met om het
even welke techniek”. Gonnosuke nam een zwaard van bijna 4 shaku uit een brokaten zak. (een
normaal zwaard was meestal slechts iets langer dan 2 shaku). Daarmee viel hij Musashi aan zonder
verdere formaliteiten. Musashi stond op van zijn kruk, en schijnbaar zonder moeite dwong hij hem
naar achter tot tegen de muur met behulp van de wilgentak, en sloeg hem zacht tussen de
wenkbrauwen. Voor een tot dan onverslagen vechter, was dit een hele schande. Gonnosuke trok
zich terug in Homangu, een Shinto tempel op de berg Homan om gedurende 37 dagen te mediteren
over zijn nederlaag . Deze meditatie leidde tot de creatie van een nieuw wapen, de jo. In zijn vorige
stijl had hij geoefend met een bo, die langer is dan de jo, maar toch iets langer dan een normaal
zwaard. Hij zou dit nieuwe wapen verder ontwikkelen. In 1640 zou deze stijl voltooid zijn en
Gonnosuke noemd hem : Shinto (of Shindo) Muso-ryu Jojutsu - The Heavenly Way of Muso’s
staff”. Deze kunst wordt tegenwoordig nog steeds beoefend.

 

 

Hattori Hanzo

 

De legendarische ninja Hattori Hanzo verschijnt in talloze ninja-films.zijn naam word ook (ten onrechte) genoemd in de film “kill Bill” van Tarantino, waar hij een beroemd zwaardenmaker zou zijn. In werkelijkheid vinden we zijn naam echter weinig terug in historische werken. Hanzo was een lid van de Hattori familie, de leiders van de ninja gemeenschap in de Iga provincie van het feodale Japan. Er waren vier ninja met de naam Hanzo Hattori. Maar degene die het meeste naam maakte werd Masanari genoemd. De legende vertelt deat deze aan zijn ninjaopleiding begon op achtjarige leeftijd in de bergen van Kurama ten noorden van Kyoto. Op zijn achttiende werd hij beschouwd als een meester-ninja. Zijn vader Yasunaga, diende onder Matsudaira Kiyoyasu, heer van Mikawa en grootvader van de toekomstige Ieyasu Tokugawa.

Een welbekend verhaal wordt verteld over Hanzo en Ieyasu. Deze laatste was erg geïnteresseerd in gevechtssporten, was een scherpschutter , een voortreffelijk zwaardvechter en een goed zwemmer. Op zekere dag sleurde Ieyasu Hanzo naar de rivier en trok hem samen met hem onder water. Na een tijdje moest Ieyasu opgeven en eens terug aan de kant, vroeg hij aan Hanzo hoe lang deze wel niet onder water kon blijven. Één of twee dagen, antwoordde Hanzo. Daarop dook hij terug het water in. na verschillende uren was Hanzo nog steeds niet terug boven water gekomen. Eindelijk verscheen hij terug boven water, niet eens buiten adem, en glimlachend. Aan land overhandigde hij Ieyasu diens korte zwaard dat hij bij het omkleden op het strand had achtergelaten. Aan zijn omstanders vertelde hij : “ik was niet de ganse tijd onder water, ik zwom terug naar land, en verborg me achter een rots. Ik deed daar een dutje, waarna ik weer terug in het water ging en opdook met uw het zwaard dat ik meenam van de oever”. “Dat, is ninjutsu”, verklaarde hij. Ieyasu was diep onder de indruk.

De relatie tussen de ninja van Iga en Ieyasu is welbekend in Japan. Hanzo vergezelde Ieyasu op het moment dat deze hoorde van het verraad van Nobunaga in de Honno-ji tempel door Akechi. Hattori stelde aan zijn heer voor om via Iga terug te keren naar Mikawa. Met de hulp van de ninja uit Koga en Iga . Méér dan 300 ninja wist hij te verzamelen om Ieyasu veilig naar Mikawa terug te escorteren in een kago (draagstoel). Tweehonderd ninja die hem beschermd hadden, warden permanent aangenomen en kregen een verblijfplaats bij de westelijke poort van Edo. De poort wordt nu nog steeds de Hanzo-mon genoemd (Hanzo-poort). De resten van Hanzo liggen nu in de Sainen-ji tempel in Shinjuku. Hij ligt daar begraven, samen met zijn favoriete speren. De Hanzo-mon is nu één van de ingangen van het keizerlijk paleis, en er is ook een Hanzomon metrolijn.

 

 

 

 

NAGASHINO

by Christopher Mole

 

 

  

Stilte heerste over het veld van Shitaragahara. De omgeving scheen zijn adem in te houden terwijl de eerste zonnestralen verschenen aan de horizon. Plots werd de stilte doorbroken door de donder van hoefslagen. Stofwolken rezen op terwijl het leger over de vlakte galoppeerde en even later tot stilstand kwam. Terwijl hij zijn paard keerde, gaf de generaal met zijn waaier een serie van bevelen. Ogenblikkelijk verdeelde het leger zich in verschillende bataljons en begonnen hun kamp op te slaan. Terwijl zijn commandanten naar hem toestapten, overzag Takeda Katsuyori het veld en grijnsde. ‘Deze vlakte zou in ons voordeel moeten werken, er is veel ruimte voor onze ruiters’, zei hij. Er was een onderdrukt gemompel onder zijn omringende krijgers. Terwijl Katsuyori zich omdraaide en verder de omgeving inspecteerde, keken verschillende commandanten elkaar aan. Yamagata Masakage keek naar de rug van Katsuyori. Hij en verschillende anderen hadden de vorige nacht hun afkeurende mening gegeven over het aanvalsplan van Katsuyori. Het resultaat was verschrikkelijk.

Toortsen flikkerden in de duisternis van het kampement , en wierpen schaduwen over Katsuyori’s gezicht terwijl hij zijn generaals aankeek. De dreigende signalen van zijn meester negerend, sprak Masakage:’Mijn heer, hoe kan je dit doen? We hebben informatie dat de Oda-Tokugawa alliantie een groot aantal vuurwapens wil gebruiken in deze slag. Hoe kan je desondanks doorgaan met een cavalerie aanval?’

Met een luide ‘clack’ sloeg Katsuyori zijn waaier dicht en stond op. Zijn gezicht was verwrongen van woede. De verzamelde samurai deinsden achteruit toen Katsuyori’s woede over hen explodeerde.

‘Hoe durf je mijn bevelen te betwisten?! Ik ben de zoon van de tijger van Kai, Takeda Shingen! Sinds mijn geboorte ben ik getraind in strategie en de kunst van oorlogvoeren. De Takeda cavalerie is onoverwinnelijk! We sturen twee strijdmachten langs de zijkanten van het slagveld, en de hoofdcavalerie door het midden, rechtstreeks naar de vijandelijke linies. De Oda-Tokugawa honden zullen verpletterd worden en wij zullen zegevieren.’ Het zweet van zijn gezicht vegend, boog  Masakage en zei:’zoals u wil, mijn heer’.

Katsuyori draaide zich om en grijnsde naar zijn generaals; ‘het uur van de waarheid nadert, breng alles in gereedheid’. De commandanten bogen en keerden terug naar hun respectievelijke bataljons.

 Met gebogen hoofd, diep in gedachten liep Masakage terug naar zijn bataljon. Hij had onder Takeda Shingen gevochten gedurende de opkomst van de Takeda-clan. Hij had gevochten aan de zijde van zijn heer bij de slag van Mikata ga Hara, en hem verschillede keren beschermd tijdens aanslagen. Nu was hij verplicht in een duidelijk val te lopen, opgezet door de demon king Oda Nobunaga. Als hij zijn heer niet kon overtuigen dat ze deze confrontatie niet zouden overleven, zou hij falen als samurai. Maar er was geen oplossing mogelijk. Ook de bevelen van zijn heer in twijfel trekken was falen als samurai. De enige mogelijkheid was zonder meer te gehoorzamen. Hij versterkte de grip op zijn speer, en voelde een golf van kracht door zijn lichaam stromen. Hij zou vandaag sterven, maar hij zou sterven als een samurai. Hij liep naar zijn troepen en riep : ‘ span de bogen, we vertrekken op het zesde uur’.

 

Verscheidene honderden meters verder keken twee machtige warlords over het plein van Shitaragahara . vanaf de heuvelvoet van Mount Gambo, tussen de bomen, Oda Nobunaga en Tokugawa Ieyasu analyseerden ze het slagveld nauwkeurig. Hun verhoogde positie gaf hun een perfect overzicht van het omringende landschap. Nobunaga wees met zijn gestrekte arm over het slagveld. ‘Dit is perfect, de Takeda honden zullen chargeren dwars over dit veld, recht in de onoverwinnelijke vuist van onze geweren.’

Langzaam sloot Nobunaga zijn vuist en lachte. Naar Nobunaga kijkend, Ieyasu schudde zijn hoofd en zei : ‘ze noemen u niet voor niets de demon king’. Hij wreef over zijn kin en liet  het plan aan zijn geestesoog voorbijgaan.

‘Een goed plan, …..maar hoe denk je de ashigaru te beschermen? Als de Takeda hen bereiken terwijl ze herladen, is onze verdediging uit elkaar geslagen.’

Fronsend tuurde Nobunaga opnieuw over het veld. Hij rees opnieuw zijn arm en wees naar een nabije rivier. ‘Daar, halfweg de rivier en de bosrand, zullen we een palissade oprichten om de voetsoldaten bescherming te bieden.’

‘Perfect, ik laat mijn mannen er dadelijk aan beginnen’. Antwoordde Ieyasu, zijn nederlaag toegevend. Terwijl Ieyasu wegliep, liet Nobunaga zijn gedachten gaan over de mogelijke uitkomst van de veldslag. Een demonische grijns verscheen op zijn gezicht. ‘Takeda Shingen was misschien een formidabele tegenstander, maar jij bent zeker niet zijn gelijke Katsuyori. Deze dag zal eindigen met de vernietiging van de Takeda clan.’

Verschillende uren verstreken als de beide legers zich klaarmaakte voor de naderende strijd. Regimenten voetsoldaten begonnen de ruwe palissades  op te trekken die de Takeda moesten tegenhouden. Aan de andere kant van het veld stampte een leger van paarden ongeduldig terwijl ze werden opgetuigd. De omgeving hield zijn adem in, in afwachting van de onvermijdelijke slachting die zou volgen.

Katsuyori aanschouwde de cavalerie regimenten die achter hem stonden opgesteld. Zijn geest dwaalde reeds af naar de naderende overwinning.  Hij trok zijn zwaard, en stak het glanzende blad boven zijn hoofd. ‘Eens te meer zal de Takeda cavalerie gevreesd worden doorheen het ganse land, volg me naar de overwinning’. Met een oorverdovend gebrul Stormde de Takeda cavalerie vanuit de boomgrens naar het open veld. Achter de Oda-tokugawa linies  schouderden de ashigaru hun geweren. Ieyasu trok zijn zwaard, zijn gouden harnas blinkend in de zon. Zijn bevelende stem schalde over de hoofden van zijn wachtende troepen. ‘Wees standvastig en vrees niet, De Takeda zal chargeren, maar hun macht is niets vergeleken met de wapens die wij hebben’. De ashigaru legde hun musketten op de palissade en tuurden door het vizier  naar de open vlakte.  De aarde scheen te beven terwijl de Takeda linie vooruit stormde. Aan het hoofd van de aanval reed Katsuyori met zijn zwaard hoog boven het hoofd geheven. Toen ze de rivier bereikten, spoorden ze hun paarden extra aan. Eens voorbij de rivier stormden ze onhoudbaar op de vijandelijke barricade af.

Ieyasu zoog de lucht diep in zijn longen en brulde ‘Vuur!!’. De schoten echoden langs de linie, samen met wolkjes opkringelende rook. Paarden bokten en schreeuwen, terwijl ze zwaar op de grond stortten. Bloed spoot in het rond terwijl de frontlinie in het zand beet. De aanvalskreet van Katsuyori werd gesmoord toen een kogel door zijn harnas heen zich in zijn vlees boorde. Hij werd van zijn paard geworpen en viel dodelijk gewond op de grond. Met tranen in zijn ogen stierf hij op de modderige vlakte. Een schreeuw van razernij weerklonk van Masakage terwijl hij zijn heer zag sneuvelen. Hij spoorde zijn hengst aan , en met zijn speer in de aanslag stormde hij als een furie richting de barricade . Het hout versplinterde onder het gewicht van zijn aanval, en hij brak door de barricade met een luide schreeuw. De voetsoldaten vluchtten in paniek voor de aanstormende Masakage. Tot één van de musketiers zijn geweer richtte op Masakage’s rug. Bloed spatte uit zijn borst, terwijl hij van zijn paard op de grond gleed. Hij hoestte pijnlijk en staarde naar de lucht boven hem. Zijn laatste woorden ontsnapten aan zijn bebloede lippen. ‘Alles ..was voor…. Niets’.  Met een laatste hoest gaf de bejaarde samurai zich over aan de handen van de dood.

In het licht van de zonsondergang, lag het slagveld bezaaid met dode lichamen. Zwaarden en speren lagen verspreid als speelgoed, een herinnering aan de waanzin die Shitaragahara had bezocht.

Terwijl hij het slagveld overzag, schudde Ieyasu langzaam zijn hoofd. ‘De slag is gewonnen, maar tot welke kost?’ Hij draaide zich om en verliet de bloedende vlakte.

 

Feiten :

  • Takeda Katsuyori (12,000?) tegen. Oda Nobunaga (30,000?)/Tokugawa Ieyasu (8,000?)
    • Datum : 29 Juni, 1575 (1575/5/21)

 

 

 

 

 

 

 

Sakura
De slag bij  Anegawa

 

Het jaar is 1568. het is de periode die bekend staat als de Sengoku-jidai –de periode van de strijdende staten. Een nieuwe macht verschijnt in het land van de rijzende zon. Deze macht is Oda Nobunaga. Hij heeft een droom, een ambitie die door niets of niemand kan gestopt worden. Die droom gaat over een verenigd Japan, met hem als enige en onbetwiste leider. Dit was een vredesdoel, maar een lange tijd van oorlog zou nodig zijn om dat doel te bereiken. Niets zou de grote Oda Nobunaga stoppen.

Nobunaga keerde zich om in zijn zadel en overzag zijn troepen. Het was een eerder klein leger met ongeveer 1200 samurai, klaar voor de strijd. Hij haalde diep adem en ontspande voor het eerst in lange tijd. Geen clan, geen daimyo kon hem nu nog stoppen. Zijn geadopteerde dochter had hij uitgehuwelijkt aan Takeda Katsuyori, de opvolger van de grote Takeda Shingen.  Katsuyori was een eerzame bondgenoot in zijn veroveringen. Nobunaga bezat nu ook de provincie van Kyoto. Dit was zijn uitvalsbasis voor zijn operaties. Hier had hij marionet shogun  Ashikaga Yoshiaki geïnstalleerd . Hierdoor kreeg hij grote macht. Het shogunaat werd praktisch uitsluitend geregeerd door de Oda clan. Zijn zuster, de legendarisch mooie Oichi was gehuwd met  Asai Nagamasa, waardoor deze een onvoorwaardelijke bondgenoot was van de Oda clan. Op dit ogenblik marcheerden 700 Asai samurai samen met hem naar  Ichijo-go-tani , de Asakura hoofdstad.  De Asakura waren de enige die Nobunaga nog tegenhielden in het zuiden. Asakura Yoshikage bezat de Echizen provincie, noordelijk van Kyoto. Daardoor blokte hij Nobunaga af op zijn tocht naar het Noord-Japan . Nobunaga had ooit Yoshikage naar Kyoto geroepen voor een vredesoverleg. Doch deze had geweigerd. Dit kon niet ongestraft blijven. Nobunaga marcheerde noordwaarts naar het Asakura gebied. Hij had al één Asakura fort veroverd, en nu ging hij de genadeslag uitdelen.  Hij zou de Asakura hoofdstad innemen en de poort naar het noorden openen. Zijn numerieke overmacht zou de Asakura clan verpletteren. Niemand kon het opnemen tegen zijn musketten van de westerse barbaren.
Oda observeerde de mooie kersenbloesems. Eén blaadje dwarrelde door de lucht en viel aan zijn voeten neer. Hoe mooi waren deze kersenbloesems toch, zoals het leven van een samurai, kort maar prachtig. De hoeven van zijn paard verpletterden het bloesemblaadje toen hij verder reed. Hij grijnsde in het zadel, niet stond hem nog in de weg.

Asai Nagamasa zat ongemakkelijk in zijn zadel. Hij reed in de achterhoede van Nobunaga’s leger en was in diep gepeins verzonken. Hij had te kampen met een zwaar dilemma, waar hij geen uitweg in zag. De Asai waren levenslange vrienden en bondgenoten van de Asakura. En nu was hij op weg om deze te helpen onderwerpen. Tevens was hij ook een bondgenoot van de Oda in wiens opdracht hij nu handelde. Moest hij de Oda verraden en de Asakura redden, of moest hij trouw blijven aan de sterkste clan? Het was een keuze tussen eer en macht.
Hij zuchtte en  leunde in het zadel. Hij klopte zijn paard in de nek en vroeg:’wat denk jij ouwe jongen?’. Een licht gebries kwam als antwoord en hij zuchtte opnieuw. Hij reed verder met monotone tred richting Ichijo-go-tani, zijn beste vriends hoofdstad. Hij hield zijn paard in en schreeuwde een gecodeerd bevel. ‘ASAI!!’. Honderden samurai keerden hun hoofd in afwachting. Zij beken elkaar even, en keerden toen hun paarden om rond hun heer te verzamelen.
‘Asai, wig-formatie’.
De samurai voerden bliksemsnel het commando uit.
Alles was nu stil, geen zwaard werd getrokken, geen pijl verliet de boog.
dit was een patstelling. Met 700 man die de Oda afvielen, en in de achterhoede klaarstonden om aan te vallen, kon Nobunaga niet anders dan terugtrekken. De beslissing was genomen. De Asai hadden de Oda gedeserteerd en stonden klaar om diens achterhoede aan te vallen. Dit moment zou geschiedenis maken.

Nobunaga, nog steeds vooraan in de colonne , was in diep gesprek met zijn belangrijkste bondgenoot Tokugawa Ieyasu. Deze hield van conversaties. Eigenlijk had hij altijd dichter willen worden, maar daarvoor nooit de tijd gevonden. Trouwens, welke positie kon een man beter hebben dan bondgenoot van Nobunaga, die één van de machtigste mannen in Japan was?. Ieyasu had nog nooit iemand als hem gezien. Oda was een briljant tacticus en tevens een geduchte krijger. Op het slagveld stonden zijn troepen in geniale formatie en werden met een perfecte organisatie gedirigeerd. Hij was een man die geen genade kende en niemand spaarde.
‘Ieyasu, de val van  Ichijo-go-tani is essentieel om de poort naar het noorden te openen. Asakura Yoshikage houdt de sleutel. Niemand weigert mijn eisen tot vredesoverleg !’
Nobunaga trok zijn katana en bewonderde het prachtige gesmede blad. ‘De Asakusa weigerden vredesoverleg, dit is nu blijkbaar de enige manier van onderhandelen nu !’
‘mijn heer ! mijn heer!’ Een paard galoppeerde op hoge snelheid tot bij Oda en Ieyasu. Het was Koishiro, Nobunaga’s verkenner. ‘wat  scheelt er’, gromde Nobunaga. De man die normal steeds piekfijn voor de dag kwam, was nu vuil en bezweet. ‘De Asai clan is gedeserteerd !!’. Oda’s ogen sperden zich open. ‘gedeserteerd?’ ‘Ja mijn heer, De volledige Asai troepenmacht van 700 man staat nu klaar om ons langs achter aan te vallen.’
’Wie zit hierachter?’. Koichiro hield zijn adem in voor de naderende woedeuitbarsting van Nobunaga. ‘Het was Nagamasa, mijn heer.’ ’Nagamasa, Oichi is onteerd, haar eigen echtgenoot heeft me verraden’. Nobunaga’s ogen waren bloeddoorlopen van woede.
’Mijn heer, wat Nagamasa deed is niet per sé een oneervolle actie’, verklaarde de nerveuze Koichiro. ‘Je moet begrijpen dat de Asai al lang bondgenoten zijn van de Asakura clan. Nagamasa wil waarschijnlijk geen oorlog voeren tegen  zijn vrienden. Dat zou oneervol zijn.’
’Het is ook oneervol om uw meester niet te gehoorzamen ! Waar is Nagamasa? ’ Schreeuwde Nobunaga. ‘Volg me, heer Oda’. Nobunaga en Koichiro reden naar de achterhoede, waar 700 samurai in een driehoekige aanvalsformatie stonden opgesteld. Een colonne speervechters stond vooraan, met daarachter 100 boogschutters. Aan beide flanken stonden de zwaardvechters klaar. Nagamasa zijn positie was ingenomen, en nu hoefde hij slechts af te wachten. Lang hoefde hij niet te wachten. Weldra zag hij twee Oda generaals naderen. Langzaam reed hij hun tegemoet. De zon was net beginnen onder te gaan en kleurde de heuveltoppen purper. Toen de generaals kort genoeg waren genaderd om hen te herkennen, zag hij tot zijn verbijstering dat het Oda zelf was die naderde. Kwam hij zelf de oorlog verklaren ?. Nobunaga en Koichiro stopten en wachtten tot Nagamasa hen had bereikt.
’Hallo, Nagamasa’ zei Nobunaga kalm. Hij wees op zijn gezel en zei ‘Dit is Kenchin Koichiro, mijn verkenner’. ‘Konnichi wa, Koichiro’ zei Nagamasa en boog.
’Ben je bekend met de bushido code?’ vroeg Nobunaga neerbuigend. Een beledigende vraag.
’Hai’. ‘Ben je je ervan bewust dat bushido totaal respect aan uw meester vereist, Nagamasa?’
’Dat weet ik’, was het antwoord. “En wie is uw meester?’ vervolgde Nobunaga op dezelfde neerbuigende toon. ‘Dat ben jij’. ‘ en waarom toon je dan geen respect voor me?.’Hier sta je me te bedreigen met een compleet leger, dit is oneervol ! waarom doe je dit?’
’Omdat de bushido code zegt dat men zijn bondgenoten  trouw moet blijven. Ik kan mijn grootste bondgenoot niet verraden’. ‘Maar je verraad wel je meester?’. ‘Wie heeft me het meest gerespecteerd, en wie heeft mijn clan  helpen grootmaken. Wie daarentegen wil me gebruiken als pion op het schaakbord in zijn zoektocht naar algemene heerschappij? Ik ben geen pion en laat me niet gebruiken, ik ben mijn eigen meester nu.’
’Goed dan’. Nobunaga bleef arrogant kalm. ‘Om een bloedbad te vermijden, laat je me geen andere keus dan terugtrekken. Maar weldra zullen we elkaar opnieuw ontmoeten. En dan zal jij smeken om een slachting te voorkomen.’
Nagamasa voelde zijn woede opkomen terwijl hij Nobunaga en Koichiro zag wegrijden. Maar hij had tenminste de moed gehad om tegen Nobunaga in te komen. Zijn clan was nu echter in gevaar. Nobunaga loog niet, hij zou terugkomen !.

3 weken later, Kyoto.

Oda grijnsde tegen Ieyasu. ‘700 man, Tokugawa ?’  ‘Zo ongeveer mijn heer’ ‘Ha! Denkt Nagamasa dat ik niet zonder kan ? Die heb ik zo weer bij mekaar. Nu zal ik afrekenen met de Asai en de Asakura in één keer’. Nobunaga en Tokugawa zaten in de privaat ruimte van het gigantische Oda kasteel. ‘Heer Oda, ik stel voor dat we terugkeren naar Echizen en nogmaals de Asakura hoofdstad aanvallen. Als de Asai in onze weg staan, verpletteren we hen met onze overmacht.’  ‘Nee, eerst vallen we de Asai aan. Nagamasa heeft mijn zuster en mijn clan beschaamd. Deze daad moet bestraft worden. We verzamelen 20.000 man en vertrekken naar  het Odani kasteel.’
’ Mijn heer, je kan geen strijd voeren tegen je eigen schoonbroer ! Dit is de man waarvan je zuster houdt. Dit kan zeker niet eervol zijn’. ‘Eervol of niet, Odani kasteel zal vallen !!’ 

5 weken later

De man in het zwart sloop geruisloos door de gang. Zijn missie was belangrijk. Falen kon de vernietiging van zijn clan betekenen. Door het venster kroop hij omzichtig op het dak. Zijn hele leven had hij getraind voor dit soort dingen. Als hij faalde zou hij onteerd zijn en zelfmoord moeten plegen. Na een paar minuten bereikte hij het dak. Hij was volledig onopgemerkt door het ganse kasteel  geslopen van de machtigste krijgsheer van Japan. Hij liet zich op zijn buik vallen en hoorde een man met krachtige stem spreken.’ Morgen kan je uzelf bewijzen voor uw heer’. Er volgde een massaal gejuich. Een compleet leger had zich verzameld voor het kasteel. De Oda gingen aanvallen ! ‘Slaap goed deze nacht,  morgen marcheren we naar Odani.’  Odani, de hoofdstad van zijn eigen volk. De Oda gingen deze vernietigen!. De man in het zwart kroop stilletjes terug en verdween in de nacht.
Jurozaemon was verbaasd toen de man in het zwart zijn vertrek binnenstapte. Hij en zijn zoon waren zich niet bewust van enige dreiging in de veiligheid van hun Asakura kasteel. De man in het zwart zette een paar stappen dichterbij. ‘De Oda rukken op naar Odani’, zei hij met opgewonden stem. Toen stortte hij tegen de grond. ‘ Nadat ik hoorde van hun plan, wist ik dat ik niet tijdig terug in Odani kon raken, daarom kwam ik naar hier . De Asai zullen vernietigd worden als je hun niet helpt. Je moet hun gaan helpen’.
Makara, de erfgenaam van de Asakura, fronste zijn voorhoofd. ‘Hij liegt! , hij is een spion van de Oda. Als we vertrekken zal Nobunaga ons vernietigen.’ ‘Neem het hoofd van deze verrader’.
’Nee, mijn zoon ‘ sprak Jurozaemon. ‘Vergeet niet wat de Asai voor ons hebben gedaan’. ‘Maar hoe kunnen we deze man vertrouwen, hoe weten we dat hij niet liegt?’
Jurozaemon keek naar de uitgeputte man in het zwart. “Als hij liegt, en we vertrekken, kunnen we aangevallen worden. Maar als hij niet liegt, is het leven van onze trouwe bondgenoten in gevaar; We moeten gaan!!’. De man in het zwart luisterde intens naar deze discussie, benieuwd wie zou winnen.
’Nee vader, De Asai hebben ons in het verleden geholpen, maar we kunnen onze eigen clan niet opofferen om hen te helpen. Zelfs als we gaan, zal Nobunaga de Asai vernietigen. Hij is onoverwinnelijk.’
’Niemand is onoverwinnelijk, mijn zoon. Als we moedig strijden, zullen we winnen.’
’zelfs als we moedig strijden, zullen we sterven. Vader, dit kunnen we niet doen.’
’We zullen 5000 samurai sturen. Zo blijven er hier genoeg over om onze stad te beschermen indien de Oda zouden komen’
’De Oda zullen komen, ongeacht wat we doen. Dit is een truc om onze kracht te verzwakken en ons kasteel onbeschermd te laten, ik voel het!’
’Mijn zoon, licht de mannen in, we vertrekken deze middag!’

 

10 uur later

Heer Nagamasa van de Asai was in diepe slaap. Zijn vrouw, Nobunaga’s zuster sliep naast hem. Hij sliep met de zuster van zijn grootste vijand. Van het moment dat hij haar huwde wis hij dat het problemen zou geven. Nu was het zover.
Terwijl hij rustig lag te slapen, verzamelde een groot leger zich bij de poort van het kasteel. Maar het was geen vijandig leger.
’Heer Asai !! Wordt wakker!!’  Nagamasa kwam langzaam overeind en vroeg ‘Wat is er, Yoshi?, waarom maak je me wakker op dit uur?’ Oichi zat naast hem. ‘Nagamasa, wat gebeurt er?’. ‘Niets belangrijks liefje, ga maar terug slapen’. ‘Mijn heer’ zei Yoshi. ‘Je moet me volgen’. Yoshi spurtte de deur uit voordat Nagamasa de tijd had zich fatsoenlijk te kleden. Hij rende er achteraan. ‘Yoshi, wat is er aan de hand?’ riep Nagamasa terwijl hij zijn hemd aantrok. ‘De Asakura zijn hier, mijn heer’ ‘ De Asakura, waarom?’ ‘ze hebben verschrikkelijk nieuws, mijn heer’. Yoshi en Nagamasa stapten buiten en zagen een compleet leger, klaar voor de strijd. Jurozaemon stapte voorwaarts. ‘Asai Nagamasa, het is goed je weer eens te zien’ ‘konnichi wa ,Jurozaemon, het is ook goed om u weer te zien.’ De twee krijgsheren omhelsden elkaar. Ze hadden samen veel meegemaakt. Niets kon hun vriendschap verbreken, zelfs de grote Oda Nobunaga niet.
’Het spijt me, maar we hebben niet veel tijd voor formaliteiten.’ Jurozaemon was plotseling zeer ernstig. ‘Een Asai spion is naar ons toegekomen, Herken je deze man?’ De man in het zwart werd naar voren geduwd. ‘Ja, dit is Ryu Sengoku, mijn meest betrouwbare ninja. Ik zond hem een tijd geleden naar Kyoto om Nobunaga te bespioneren, maar ik heb hem enkele weken geleden opgegeven toen ik niets meer van hem hoorde’ ‘Zijn missie was een succes, maar hij kwam in alle haast naar mij in plaats va naar u. Hij zegt dat de Oda troepenmacht op weg is naar hier’
’Dat verklaart uw leger hier voor mijn poort, bedankt voor uw steun. Ik verwachtte reeds zulk een actie van Nobunaga. Het was enkel een kwestie van tijd. Ik zal mijn troepen verzamelen, en we marcheren in de ochtend.’
De Oda troepen hadden reeds de zuidelijke oever van de Anegawa rivier bereikt toen de vijand in zicht kwam. Deze had reeds het  Yokoyama fort van de Asai omsingeld. Nobunaga stond voor het fort en overschouwde de naderende troepenmacht. Hij schatte hun aantal op 20.000.
’Koichiro’ riep Nobunaga.’Ja mijn heer?’ ‘Brand het kasteel plat, laat niemand in leven.’
‘Maar er zijn vrouwen en kinderen in dat kasteel !’
’Brand het neer tot op de grond en gooi de assen in de rivier, dan zullen we zien of de Asai willen vechten!’
Koichiro liep langzaam weg, hoe kon Nobunaga zo iets bevelen, maar hij moest het bevel opvolgen. De man was een genie. Dit was waarschijnlijk een soort van intimidatie strategie.
’Mannen’ riep hij ‘ brand het kasteel plat, we zullen die Asai honden eens laten zien wie hier de baas is’ Nobunaga grinnikte.
De volgende morgen arriveerde ook Tokugawa met zijn leger. De twee legers stonden nu tegenover elkaar aan de oevers van de rivier. Nu was het de kwestie van wie eerst zou aanvallen. Degene die de eerste stap zette, had het nadeel dat hij door de rivier moest waden om bij de andere  kant te komen.
’Tokugawa!’, sprak Nobunaga tot zijn hoofdgeneraal. ‘Hoeveel mannen heb je bij u?’
’Ongeveer 8.000 , mijn heer.’
’Goed. Deze slag kan snel gewonnen worden, maar dan moet je mijn commando’s opvolgen. Mijn spionnen hebben een tweede leger gesignaleerd. Het lijkt dat de Asakura ook mee willen spelen. Hun leger bevindt zich op ongeveer 1mijl naar het westen op de noordelijke oever van de rivier. Jij moet precies op het moment dat de zon opkomt over de horizon, oversteken en de Asakura aanvallen. Ik zal de Asai aanvallen. Wanneer je de Asakura vernietigd hebt, vervoeg me dan weer en samen zullen we de Asai afmaken.’
’Een geniaal plan , mijn heer.’
’En ik verwacht een perfecte uitvoering.’
 

Nobunaga’s plan werd uitgevoerd zoals afgesproken. Precies om 4u in de ochtend begon het tokugawa leger door de rivier te waden. ‘Ga langzaam tot op het diepste punt, en begin dan te rennen. We hebben het voordeel nodig, en kunnen niet wast komen te zitten in het diepe gedeelte van de rivier’ commandeerde Tokugawa zijn troepen.
De samurai vertrokken, gekleed in rood-zwarte uitrustingen. Hun generaals droegen de Tokugawa banieren op hun rug. Het was een indrukwekkend zicht, de 8.000 man die in de optrekkende mist door de rivier waadden. Een sterke wind blies over de rivieroevers en voerde een golf van sakura blaadjes met zich mee. De samurai plagend met hun schoonheid. Elke samurai stopte even om de schoonheid van de sakura in zich op te nemen. Maar er was geen tijd voor zulke frivole dingen. Snel waadden ze verder . Het water kwam reeds tot aan hun heupen. Na een paar minuten bereikte het water reeds hun nek, dit was het diepste punt van de rivier. Het was tijd om het tempo op te drijven.
Plotseling weerklonk op de noordelijke oever een schreeuw ‘VOOR EER, VOOR ONZE HEER, ASAKURA ASAKURA !!’
Duizenden strijdkreten weerklonken over de verraste Tokugawa samurai. Een golf van in het purper geklede samurai stormde vanuit de bossen de rivier in en begon ook de rivier over te steken. De twee leger ontmoetten elkaar in het midden van de rivier.

De rivier was bezaaid met vechtende samurai, die hun meester trouw hadden gezworen en dit enkel konden bewijzen op het slagveld.  
Een mijl verder naar het oosten, was een bijna gelijkaardige slag aan de gang. De Oda troepen ontmoetten de Asai in het  ondiepe water van de noordelijke oever. De man tegen man gevechten waren verschrikkelijk. De dood was overal en het water kleurde rood van het bloed.
Stroomafwaarts had een onderdeel van zijn strijdmacht de rechterflank van de Asakura aangevallen. Door hun gebrek aan organisatie werden de Asakura overrompeld en vluchtten nu uit de rivier. De slag was gewonnen voor Tokugawa.
’Ik ben Makara Jurozaemon’ weerklonk een luide stem. Iedereen verstomde voor een ogenblik. Wie was deze Asakura hond? Waarom liep hij niet weg zoals de anderen?
’ Ik en mijn zoon dagen elke generaal uit voor een tweegevecht.’
Wat bezielde deze man? Probeerde hij de aftocht te dekken?
’Negeer hem.’ schreeuwde Tokugawa ‘ hij probeert de aftocht in te dekken’. Maar de samurai lieten deze kans op glorie niet voorbijgaan. Jurozaemon en zijn zoon stapten voorwaarts. ‘Wie zal als eerste sterven?’

 

Nobunaga was een verliezende slag aan het leveren. Zijn mannen waren al bijna helemaal teruggedrongen tot op de zuidelijke oever. Hijzelf mengde zich in het gevecht, niet enkel om zijn mannen aan te moedigen , maar ook om te helpen de Asai terug te drijven. Hij bestormde de Asai met zijn paard in volle galop, mannen vermorzelend als onkruid. Hij zwaaide met zijn lange naginata naar links, waarbij hij 2 of 3 man doodde. Hij zwaaide naar rechts en doodde nog enkele meer. Bloed en modder spatte op rondom hem. Orders schreeuwend, baande hij zich een weg door de Asai linies. Een samurai sprong achter op zijn paard. Wie durfde hem aanvallen? De man had een sterke greep, maar toen het paard steigerde vloog hij terug midden de andere samurai.  Nobunaga brulde toen hij het hoofd van een generaal afhakte met zijn naginata. Hij kon niet verliezen!

Jurozaemon was inderdaad een machtig krijger. Hij en zijn zoon hadden reeds twee van Tokugawa’s hoogste generaals gedood, en Jurozaemon was op dit ogenblik in een nieuw gevecht verwikkeld. Ieyasu keek met grote interesse toe. Jurozaemon  blokkeerde een slag van generaal Oroku. Zij vochten met de katana en leken elkaars gelijke te zijn.
’Dood hem, vader!’ schreeuwde Jurozaemon’s zoon. Jurozaemon sloeg Oroku in het gezicht met zijn vuist. Een zee van mannen keek ademloos toe. Niemand dacht eraan om hun generaal te helpen. Zij zouden hem daarmee slechts onteren. Terwijl Oroku achterwaarts struikelde door de vuistslag, werd zijn buik opengereten door een flitsende zwaardslag. Hij was dood voor hij de grond raakte.

Jurozaemon ademde zwaar. ‘Wie is de volgende?’ ‘Laat mij nu vechten vader, voor mijn eer.’
’Nee mijn zoon, deze mannen zijn te sterk’
’Wie is de volgende’ schreeuwde Jurozaemon vol ongeduld.
De grootste man die Jurozaemon ooit had gezien stapte voorwaarts. Op zijn helm prijkten een paar stierenhorens die hem een indrukwekkend uitzicht gaven. Hij woog minstens 200 kg.
De twee mannen bogen, en de strijd begon. De reusachtige samurai trok een tachi, een zwaard langer dan de gewone katana. De lange tachi zoefde bliksemsnel richting Jurozaemon’s nek  Hij dook weg met bovennatuurlijke reflexen, en sneed door de reus zijn enkels met zijn katana. De samurai brulde van woede en pijn. Opnieuw zwaaide de reus zijn machtige tachi. De slag werd geblokkeerd, maar de kracht ervan wierp Jurozaemon op zijn rug.
’Vader, sta op. Hij zal je doden.’ Liggend op zijn rug, ontweek Jurozaemon een nieuwe slag. De grote samurai brulde van frustratie. Jurozaemon wist nu dat snelheid zijn enige  troef was. Een volgende slag ontwijkend, sprong hij terug recht op zijn voeten. Hij hield zijn zwaard in middelste positie, klaar voor de aanval. Toen de reus op hem afstormde, deed hij hetzelfde. Beide samurai stormden op elkaar in met het zwaard boven het hoofd geheven. Net op het moment dat de reus toesloeg, sprong Jurozaemon in de lucht, het hoofd van zijn tegenstander gebruikend om zich af te zetten. Hij landde achter zijn aanvaller. De reus struikelde. Terwijl hij neerkwam, plantte Jurozaemon zijn zwaard in de rug van de reusachtige samurai. Deze stortte tegen de grond. Jurozaemon stapte over zijn lichaam, boog en trok zijn zwaard uit het levensloze lichaam. ‘Ik dood jullie allemaal !’ brulde Jurozaemon. ‘Wie is de volgende?’ In zijn woede  zag Jurozaemon niet dat de slechts gewonde reus langzaam terug rechtstond.
’Vader, pas op , achter u!’ schreeuwde zijn zoon. De reus haalde uit en met een machtige zwaai  haalde hij de rug open van Jurozaemon. Deze viel dood neer op de grond. Jurosaburo liep naar zijn vader en nam hem in zijn armen. Hij weende terwijl de prachtige sakura rond hem neerdwarrelde. ‘Vader, je bent een eervolle dood gestorven, nu moet ik ook doen wat eervol is”. De omringende massa verstomde toen Jurosaburo zijn dolk te voorschijn haalde en deze in zijn maag plantte. Zijn ogen sperden zich open en hij spoog bloed. Hij overhandigde zijn katana aan de dichtstbijzijnde samurai. Deze wist wat hem te doen stond. Hij knielde voor de vijandelijke samurai en boog zijn hoofd, terwijl het bloed uit zijn buik stroomde.
’Jonge samurai, het is mij een eer’ zei de samurai, en met één perfecte slag daalde zijn zwaard neer op de nek van Jurosaburo. De wind viel stil over de Anegawa rivier en de sakura bloesems vielen op het levensloze lichaam van de jonge samurai. Hij had gedaan wat het meest eervol was.
Een half uur later, toen de Asakura verdwenen waren, leidde Tokugawa zijn troepen terug naar Nobunaga. Hij was verrast te zien dat Oda teruggedreven werd naar de zuidelijke oever. Hij moest Nobunaga helpen en deze vijand voor eens en altijd vernietigen. Hij had nog maar 6.000 man over, maar dit zou hen niet tegenhouden om uit volle macht te vechten. Binnen het uur waren de Asai totaal verslagen. De komst van Tokugawa’s samurai had hen volledig uit het lood geslagen.

Nobunaga’s leger had nu zijn tenten opgeslagen op de noordelijke oever van de rivier. Nadat ze op krachten zouden zijn gekomen, zouden ze binnen drie dagen verder trekken naar Odani. Het was de ochtend van 23 juli, en de slag bij Anegawa was voorbij. Voor het eerst in lange tijd ontspande hij zich even. Hij was Nobunaga, en niet of niemand stond in zijn weg. Meer vijanden zouden opduiken, meer clans zouden het tegen hem opnemen, maar allen zouden worden vermorzeld. Hij keek over de bloedrode rivier met de talloze dode lichamen. Hij zuchtte en stapte zijn tent binnen.

Feiten:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De 47 ronin

Het verhaal van de 47 is meestal het meest bekende, omdat dit in vele vormen is vertolkt op het toneel of in de film ( meestal onder de naam Chushingura). Men kan zeggen dat het verhaal begon met de geschriften van Yamaga Soko een invloedrijk theoreticus die veel schreef over bushido en de betekenis daarvan. Deze geschriften inspireerden waarschijnlijk een zekere Ôishi Kuranosuke, een volgeling van Asano Takumi no kami Naganori (1667-1701), leider van de machtoge Asano clan. Op zekere dag gebeurde het dat de heer Asano was gekozen door Tokugawa Tsunayoshi, de toenmalige shogun, om een ceremonie te verzorgen voor afgezanten van de keizerlijke familie. Om hem daarmee te helpen, werd Kozukenosuke Yoshinaka (1641-1702) aangesteld. Deze was op de hoogte van alle nodige protocollen en etiquette. Dit was echter een corrupte man, die een vergoeding verwachtte van Asano. Deze laatste ging daar niet op in, en hun verstandhouding werd steeds slechter. Kira nam elke gelegenheid te baat om zijn ‘protegé’ te vernederen. In april 1702, tenslotte, explodeerde de situatie. Na weer een reeks beledigingen van Kira, Trok Asano zijn zwaard en haalde uit naar Kira. Deze werd echter slechts licht gewond, en Asano werd gearresteerd. Iemand in woede neerslaan was verboden bij de wet. Zeker als het dan ook nog gebeurde in het paleis van de shogun. Asano deed weinig moeite zichzelf vrij te pleiten, hij zei enkel dat het hem speet dat Kira slechts gewond en niet gedood was. Na een kort onderzoek werd Asano ter dood veroordeeld. Hij werd bevolen seppuku te plegen. Ook zijn 50.000 koku waard zijnde landgoed werd aangeslagen, en zijn broer Daigaku werd onder huisarrest geplaatst.
toen deze berichten het thuiskasteel bereikten was er hevige discussie over wat er diende te gebeuren. Sommigen vonden dat ze hun lot moesten aanvaarden. Anderen riepen op tot de strijd tegen het shogunaat. Ôishi Kuranosuke, stelde voor om het kasteel zonder verzet over te geven. Dit voorstel werd door de meerderheid gevolgd. 
tegelijkertijd was er een groep Asano volgelingen, nu ronin, die een plan voor wraak opstelden. Kira was echter geen idioot. Hij verwachtte wel een of andere aanval door de mannen van Asano en verscherpte zijn bewaking. Het plan van Oishi was om de juiste tijd af te wachten, nadat alle wantrouwen door Kira was verdwenen. Hiervoor voorzagen zij zich in het geheim van een grote voorraad wapen, terwijl ze in het openbaar hun wapens aflegden en allerhande minderwaardige beroepen opnamen. Vooral Oishi deed het voorkomen dat het lot van de clan hem helemaal nier meer interesseerde. Hij verliet zijn vrouw, en werd veel gezien in de uitgangsbuurten van Edo, in het gezelschap van Geisha’s en meestal in dronken toestand. Op zeker moment ontmoette deze zelfs een samurai uit Satsuma, die op hem spoog en hem geen echte samurai noemde. Zoals verwacht liet Kira zijn bewaking verslappen binnen het jaar. Het was op dat moment dat de ronin toesloegen. 47 van hen kwamen bij elkaar op 14 december 1702 en in de sneeuw trokken ze die nacht naar de residentie van Kira. Ze splitsen zich in twee groepen. Eén groep viel de woning langs achter binnen, en de andere via de voorkant. Na een hevig gevecht werd Kira in een bijhuisje gevonden, waar hij zich verscholen had, en voor Oishi geleid. Deze gaf hem de kans om eervol seppuku te plegen, maar dat weigerde de lafhartige Kira. Oishi onthoofdde hem met hetzelfde zwaard als dat waarmee Asano zichzelf had gedood. Het hoofd van Kira werd naar de Sengaku tempel gebracht, waar Asano lag begraven.

Nadat ze hun bloedige trofee hadden overhandigd aan de geest van Asano, gaven ze zichzelf over. Het doden van Kira plaatste de regering in een moeilijke positie. De 46 overlevende ronin hadden tenslotte gehandeld volgens de principes van trouw, zoals beschreven in de bushido. Aan de andere kant was hun beslissing om Asano te veroordelen, en geen actie te ondernemen tegen Kira, niet populair geweest. Maar om weeral de orde te handhaven, werden de 46 ronin op hun beurt bevolen seppuku te plegen. Hun lichamen werden samen begraven in de Sengakuji. De legende gaat dat de samurai die eerder Oishi bespotte, in deze tempel zijn buik opensneed om zich te verontschuldigen voor zijn gebrek aan geloof in de ware spirit van Oishi.
De wraak van de 47 ronin bleef voor contraverse zorgen gedurende de Edo periode. De onderzoeker Sato Naotaka vond dat de ronin niet hadden mogen handelen. De beslissing van de shogun om Asano te veroordelen moest het einde van de zaak zijn. Tsunetomo, een andere filosoof verklaarde dat de ronin na hun aanval zichzelf dadelijk hadden moeten doden. Door op de beslissing van de regering te wachten, hadden ze blijkbaar toch nog hoop om er met een lichtere straf vanaf te komen. Dat was oneervol volgens Tsunetomo. Mannen zoals Asami Yasuda (1652-1711) verdedigden dan weer het standpunt van Oishi, en keurde de acties van de 47 ronin goed. Chikamatsu schreef een toneelstuk (Chushin-gura) dat onmiddellijk een tijdloze klassieker werd. Oishi en zijn ronin werden tot legende, en nu nog steeds in de Sengakuji een favoriete plek in Tokio voor mensen die de samurai geest in leven willen houden.

 

Kojiro  

Langzaam  rees de zon, en het uur van de draak, het uur van het duel verstreek. Als hij geen lafaard was, zou hij nu al dood zijn. Ik sta op het strand van Funashima en wacht. Die arrogante smeerlap zal voor zijn onbeleefdheid betalen met zijn leven. Hij heeft totaal geen respect voor mijn talent en zal zijn ondergang vinden door mijn zwaard, net zoals zovele voor hem. Zelfs een beginnend zwaardvechter kan zien dat er weinig verdediging mogelijk is tegen mijn zwaluw-techniek. Hij is het nauwelijks waard om een zwaardvechter genoemd te worden, eerder een wild dier. Al zijn vorige duels waren tegen dronkaards, playboys en oude mannen. Voor het ongetrainde oog lijken zijn technieken misschien indrukwekkend, met zijn beide zwaarden rondzwierend. Maar voor de ervaren zwaardvechter is dit slechts een façade. Hij heeft geen enkele rang, en zelfs geen leraar . Hij ontwikkelde zijn eigen stijl zoals een kind dat krijgertje speelt. Iedereen die mijn vaardigheden zag, weet dat er weinig mijns gelijken zijn. Soms sta ik op de Kintaibashi brug, en sla de staartveren af van zwaluwen als zij langs mij scheren. Hoeveel zwaardvechters doen mij dat na ?. zeker niet de idioot die ik vandaag ga ontmoeten.

Onder de mensen wordt veel gepraat over zijn overwinning tegen de Yoshioka school. ‘Hij versloeg een ganse school, geen enkele van hun zwaardvechter maakte een kans tegen hem’. Wat een onzin. De yoshioka school was al jaren voorbijgestreefd en in verval. Het hoofd van de school was nog slechts een kind. Het verwonderd mij dat ze het nog zo lang volhielden. Had ik de kans gehad, dan had ik ze zelf ook afgemaakt. 

In de verste verschijnt een zwarte stip. Het is een kleine roeiboot. Blijkbaar is er niemand aan boord behalve de roeier. Waarschijnlijk komt deze melden aan de scheidsrechters dat de lafaard forfait heeft gegeven. Ik hoorde het gerucht dat hij zijn verblijf verliet vorige nacht. Hij vluchtte voor zijn leven, en verzaakte zijn eer in plaats van mijn staal te proeven. Hij is geen krijger, maar een overschatte boer niet waardig om samurai genoemd te worden. Ik vervloek de bastaard, en zal hem vinden waarheen hij ook vlucht. 

De boot komt naderbij en er is niets dat kan doen behalve wachten. De roeier zal zijn boot aanmeren en de rechters informeren over zijn verraad. Ik zal uitgeroepen worden tot winnaar, en binnenkort zullen zelfs de goden mijn naam kennen. Sasaki Kojiro zal erkend worden als de grootste zwaardvechter van zijn tijd. Ik ben de demon van de westerse provincies. Ik ben zo gevreesd dat de vernietiger van de Yoshiokas weigert mij te ontmoeten. Wat een barbaar is hij. Ik hoor zelfs dat hij nooit een bad neemt. Ook scheert hij zijn hoofd niet, en laat zijn haar groeien als een wilde uit de bergen.

Ik zie iets bewegen in de boot. Is dat hem? Hij moet aan het slapen geweest zijn. De idioot kan spoedig slapen tot in de eeuwigheid, en nu verkwist hij zijn laatste momenten slapend. Een echte samurai zou een afscheidsgedicht schrijven of sutra’s reciteren om zich voor te bereiden op zijn nederlaag. Maar hij is geen echte krijger. Hij is onwaardig voor dit duel, onwaardig voor mijn verspilde tijd.

De boot is nog maar enkele meters van de kust. Het beest springt uit de boot en ik  zie zijn versleten kleren. Ik had niet anders verwacht. Wat heeft hij in zijn handen? Het lijkt op een roeispaan, ruwweg gesneden tot een soort zwaard. Ik zou lachen, als het niet zo pathetisch en respectloos zou zijn.
ik heb genoeg van zijn minachting, en zijn beledigend gedrag zal nu eindigen. Terwijl hij nadert, trek ik mijn Bizen Osamitsu zwaard. Ik werp mijn schede weg om mijn vastberadenheid te tonen.

Voor de eerste maal hoor ik nu zijn stem. ‘ gij zijt verslagen Kojiro’ brult hij. ‘ ge werpt uw schede weg alsof ge verwacht te worden verslagen’.. Voor ik kan antwoorden tilt hij zijn roeispaan boven zijn hoofd. Waarom trekt hij zijn zwaard niet ? Hij is verondersteld meester te zijn van de mystieke tweezwaarden-techniek, en hij bedreigt me met een stuk hout? 

Hij onderschat duidelijk mijn zwaardkunst, en dat zal zijn ondergang zijn. Ik hoor zijn snelle voetstappen als hij de laatste meters overbrugt. Hij realiseert zich niet dat dit zijn laatste stappen in dit leven zijn. Ik hef mijn zwaard . Jaren van training hebben me op dit moment voorbereid. Mijn spieren zijn niet gespannen en ik ben onbeweeglijk. Ik hoef niet te denken. Een lege geest. Dit is waarschijnlijk een makkelijker uitdaging dan de meeste die ik al onderging. Ik ben een tijger tegenover een lam. Zo gauw hij in mijn bereik is zal hij voor me neervallen. Zijn einde zal komen in een hartslag en hij zal sterven nog voor hij doorheeft dat hij is verslagen. Spijtig dat hij niet zal beseffen dat hij verslagen is door mijn meesterschap. Dat is de prijs die hij moet betalen voor zijn gebrek aan respect, en dat is de genoegdoening die ik verdien.

Hier komt hij. Hij is in mijn bereik. Hij is van mij!. Ik sla toe, een fractie van een seconde eerder dan hem. Mijn zwaard maakt een boog, sneller dan het oog kan zien. Ik raak mijn doel en zie zijn hoofdband in stukken op de grond vallen. Bloed zal weldra volgen. Misschien komt mijn wens toch uit, en zal hij lang genoeg leven om neer te vallen aan mijn voeten, en het laatste dat hij zal zien is mijn gezicht dat met minachting op hem neerkijkt.

Een eeuwigheid gaat voorbij, en hij valt niet neer. Ook is er geen bloed. Hoe kan dit? Waarom staat hij nog steeds overeind? Ik probeer opnieuw mijn zwaard te heffen om hem aft e maken, maar ze weigeren dienst. Plots word ik duizelig, en de drang om te slapen overvalt me. Ik voel het natte zand tegen mijn gezicht. Wanneer ben ik gevallen? Ik herinner het mij niet. Ik probeer terug recht te komen maar mijn ledematen reageren niet. Ik voel me zwaar als een berg. Ik  zie de branding van de zee slechts op enkele meter afstand en de warmte van de aprilzon op mijn aangezicht.

In mijn gedachten overloop ik mijn aanval, en realiseer we hoe stom ik was. Hij gebruikte de perfecte strategie, het correcte wapen en een perfecte techniek. Ik was reeds verslagen voor hij het vasteland verliet, zelfs nog voordat ik voor het eerst met een zwaard leerde omgaan. Nu pas realiseer ik me wat voor een ongelofelijk zwaardvechter hij werkelijk was. Mijn jaloersheid kostte me mijn leven.

Terwijl alle kleuren in de wereld vervagen tot grijs, kijk ik op naar Miyamoto Musashi en probeer vergeefs te spreken. Ik wil hem bedanken voor mijn ultieme les in zwaardvechtkunst, mijn uiteindelijke les in nederigheid. Sasaki Kojiro, de demon van de westerse provincies, verslagen door een stuk hout zoals een kind een slang vermorzelt. Het laatst wat ik zie is zijn gezicht. Spijt en onoverwinnelijkheid vullen zijn ogen.